Door Els Bouma

“Becca, ga jij eens bij de buren vragen of zij nog wat water hebben. Opa
Levi is erg ziek en hij heeft dorst.” Mama klinkt erg bezorgd als ze dat zegt,
en Rachel ziet dat opa erg rood is. Hij heeft al een dag koorts, en gelukkig
hoeven ze nu niet te trekken. Ze hebben de tent neergezet en opa ligt op een zacht kussen op de grond. Rachel gaat naast opa Levi zitten. Hij doet even zijn ogen open en glimlacht naar haar. “ Kijk maar niet zo bezorgd hoor”, zegt hij met een krakende stem, “Het komt echt wel goed. Ik heb alleen wat dorst.”
Rachel knikt. Ze kan even niks zeggen, want dan gaat haar stem bibberen.
Ze houdt zoveel van opa. Hij moet echt weer beter worden. Rachel kijkt even om het hoekje van de opening of ze Becca al ziet komen. Hun water is op en eerlijk gezegd heeft zij ook wel erg dorst. Maar als je koorts hebt is het natuurlijk nog veel erger. Even later is Becca terug. Ze had een kommetje meegenomen, maar dat is leeg. “De buren hebben ook geen water meer”, zegt ze beteuterd.” De vader van Salmon is heel erg boos op Mozes. Hij zegt dat het de schuld van Mozes is dat we geen water hebben”.
Papa kijkt op. “Onzin”, zegt hij boos , “daar kan Mozes ook niks aan doen.
Hij volgt alleen God maar.”
Opa Levi zucht : “ de mensen mopperen en klagen toch maar veel”, vindt hij, “iedere keer zorgt God goed voor ons. Hij zorgt dat er manna is, en vlees, en ook water. Maar daar wacht God soms gewoon mee, zodat we leren op Hem te vertrouwen. We moeten ophouden met zo te mopperen”.
Rachel is het met opa eens, maar het is toch wel heel vervelend dat ze zo’n
dorst hebben. “Hoe moet het nu verder, opa”, vraagt ze. Opa doet weer even zijn ogen open en kijkt haar recht in haar ogen. “God zal zorgen dat er water komt”, zegt hij schor “ wacht maar af. En Rachel krijgt een heel rustig gevoel. Opa weet dat het goed komt, want hij vertrouwt op God. Zo wil zij dat ook leren.
Plotseling komt de buurman bij de tent van Rachel, met nieuws.
“Er gaat iets gebeuren”, zegt hij snel. Hij klinkt alsof hij hard heeft gelopen.
“ We zijn met een paar mannen naar Mozes gegaan om te klagen, en Mozes heeft van God gehoord wat hij moet doen. Vlug, kom mee kijken”.
Rachel twijfelt. Ze wil graag kijken, maar ze wil ook bij opa blijven. Opa snapt het en hij zegt :” Rachel, wil je wat voor me doen? Wil je gaan kijken wat Mozes gaat doen? En dan moet je me er alles over vertellen. Ik ben zo
benieuwd wat God gaat doen.” Rachel knikt. Ze zegt : “ Goed opa, ik ga goed opletten.” “En neem Becca met je mee”, zegt mama.
Samen met haar jongere zusje loopt Rachel naar de voorkant van het kamp. Dat is nog een heel eind. Ze hoopt dat ze maar op tijd is.
Ze zigzaggen tussen de tenten door en Becca moet de hand van Rachel
goed vasthouden, want Rachel heeft haast. Samen komen ze bij een hele grote groep mannen en vrouwen. Nu is het handig dat ze nog klein zijn, want ze kunnen tussen de mensen door helemaal naar voren lopen.
Plotseling staan ze vooraan. Rachel ziet dat Mozes bij een kale rots staat.
Daar omheen is alleen maar meer droge rots en grond. Er groeit geen een
plantje. Wat zou hij nou gaan doen?
De jas van Mozes wappert een beetje in de wind. Dat is wel raar, want het is
heel erg warm en er was net nog geen wind. “Kijk”, zegt Becca, “ Mozes heeft zijn staf vast”. En dan doet Mozes iets heel raars. Hij pakt de staf goed vast en geeft een mep op de rots. Waar is dat nou goed voor. Zou Mozes boos zijn op de rots? Eerst gebeurt er niets maar dan lijkt het wel of de rots donkerder wordt. En plotseling stroomt er water uit die droge rots.
Water! Fris stromend water.
De mensen drommen naar voren, maar Rachel en Becca kunnen het eerst bij het water zijn. Ze dopen hun handen in het water en maken van hun handen een kommetje. Zo kunnen ze drinken. Oh wat is dat water lekker!
Dan ziet Rachel dat papa vlak bij ze staat. Hij heeft een grote drinkzak bij
zich. Snel vult hij de zak met het water en rent dan weer terug naar hun tent.
Als Rachel en Becca bij de tent terug zijn zien ze dat opa er veel beter uit
ziet. Hij heeft heerlijk gedronken en is opgefrist met een natte doek.
“Papa”, vraagt Rachel. “Hoe kwam u nou aan die drinkzak?” Papa lacht. “ Ik wist dat God een wonder zou doen, want dat doet Hij toch steeds? We mogen altijd vertrouwen op God.” Opa Levi knikt. “ Zo is het. Het zou fijn zijn als alle mensen dat nou eens zouden begrijpen. Maar mensen kunnen zo eigenwijs zijn.” “ Laten wij in ieder geval als familie altijd op God vertrouwen”, zegt mama.
En dat voornemen neem Rachel. Ze zal nooit twijfelen aan God. Net als opa
Levi.