Een kompas gebruiken

Hey!

Als ik op pad ga, neem ik altijd mijn kompas mee. Dan kan ik nooit verdwalen en vind ik altijd mijn weg terug. Het mooiste is: een kompas werkt altijd. Of het nou dag of nacht is, en je hebt er geen batterij voor nodig! Hier leg ik je uit hoe jij een kompas kunt gebruiken. Zo kun jij zelfs in het bos de weg vinden — ook als de telefoon van de grote mensen geen bereik heeft.

Een kompas gebruiken is helemaal niet moeilijk, maar er zijn een paar dingen die handig zijn om te weten.

In een kompas zit een hele kleine magneet. Deze beweegt door het magnetische veld van de aarde. En zo zorgt deze magneet ervoor dat jij altijd weet waar het Noorden is.

Er zijn plekken waar het heel lastig is om de juiste richting te houden. Plekken waar je niet in een rechte lijn kunt lopen. Bijvoorbeeld in een bos. Het lijkt alsof je op een groot grasveld makkelijk de weg kunt vinden, maar het kan zomaar gebeuren dat je steeds een beetje schever lopen. Dan kun je toch je richting kwijt raken. Het kompas helpt je dan om steeds de goede richting te blijven volgen.

Een kompas helpt je om richting te bepalen zodat je zelf de route kunt plannen.

Middenin het kompas vind je de kompasroos, hierop kun je de richtingen vinden.
De basisrichtingen zijn: Noord (N), Oost (O), Zuid (Z) en West (W).

Dat kun je makkelijk onthouden door het zinnetje: Nooit Onderweg Zonder Waterfles.

Het kan ook zijn dat je een wereldkompas hebt, dan worden de Engelse letters gebruikt. Noord (N), Oost (E), Zuid (S), West (W)

Hoe het werkt:

  • Leg de kompas plat op je hand en houdt hem zo stil als je kunt. Zie je de wijzer draaien? Als de wijzer stil staat wijst de naald in de richting van het Noorden.
  • Draai jezelf zo dat je dezelfde kant op kijkt als de naald. Dan kijk je naar het Noorden. Als je weet waar het Noorden is, dan weet je ook waar de andere richtingen zijn. Rechts is het oosten, achter je het zuiden en links het westen.
  • Dan is het tijd om je richting te kiezen. In welke richting ligt de plek waar je naartoe wilt?
    • Je kunt een kaart gebruiken – op iedere kaart vind je een kompasroos of het Noorden. Zo kun je zien in welke richting de plaats ligt waar je naartoe wilt gaan.
  • Je draait met je voeten de kant op die je moet gaan lopen.
  • Leg je kompas weer op de vlakke hand. Wacht tot de naald weer stilstaat bij het Noorden. Staan je voeten in de richting die je op wilt? Dan kan de reis beginnen!

Ik schrijf je snel,

Wist je dat de zon op het Noordelijk Halfrond opkomt in het Oosten en ondergaat in het westen? Leuk om te weten is dat dit op het Zuidelijk Halfrond precies andersom is! Dan gaat de zon op in het Westen en gaat onder in het Oosten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *