Jozef, of beter gezegd Safenat Paneach

Het is heel donker en vies in de gevangenis. Jozef zit in een hoekje, met zijn
hoofd in zijn handen. Hoe kan dit nou allemaal? Het is zo oneerlijk!
Eigenlijk is alles oneerlijk. Hij had gewoon thuis bij zijn vader moeten zijn.
Zijn vader hield zoveel van hem. Hij verwende Jozef altijd en was altijd lief
voor hem. Jozef mocht het lekkerste eten uitkiezen, en dan kreeg hij dat gewoon. Hij hoefde nooit te werken, zoals zijn broers. En hij kreeg cadeautjes van zijn vader, zoals een hele mooie stoere jas, met allemaal kleuren. Jozef was zo trots op die jas.

Maar toen op een dag, waren zijn broers plotseling heel boos geworden.
Ze scholden hem uit, ze zeiden dat hij een meesterdromer was. En dat alleen maar omdat Jozef verteld had dat hij een droom gehad had. In die droom zag hij dat zijn broers en vader en moeder voor hem gebogen hadden. Zijn broers waren zo boos geworden, dat ze Jozef hadden beetgepakt, zijn mooie jas van hem hadden afgepakt, en Jozef in een put gegooid hadden. Later verkochten ze hun broer zelfs aan slavenhandelaren. En Jozef was nooit meer thuisgekomen.

Thuis vertelden zijn broers dat Jozef gegrepen was door een woest dier en ze lieten hun vader de mooie jas van Jozef zien, die ze gescheurd hadden en bespat met bloed. Maar Jozef bleef vertrouwen op God. Hij kwam in Egypte en een lieve baas had hem gekocht. Jozef leerde Egyptisch praten en ook schrijven. Hij was heel slim en kon het allemaal al heel snel. Zijn baas was heel trots op hem en al gauw was Jozef heel belangrijk in het huis van zijn baas. Hij was eigenlijk een opperslaaf.

Maar toen ging het weer mis. De vrouw van zijn baas beschuldigde hem
ergens van. Hij had niks fout gedaan, maar zijn baas geloofde zijn vrouw.
En zo kwam Jozef in de gevangenis. Maar toch bleef Jozef op God
vertrouwen. De gevangen bewaker begreep dat Jozef heel sim was, en hij liet Jozef klusjes voor hem doen. En dat ging best wel goed.

Jozef praatte met veel gevangenen. En op een dag waren er twee belangrijke mensen opgesloten. De schenker en de bakker van de allerhoogste koning van de wereld, de farao. De schenker en de bakker waren heel bang, en daar kwam nog bij dat ze allebei naar gedroomd hadden. Gelukkig kende Jozef God, en hij kon aan God vragen of Hij de uitleg van die dromen wilde geven. En zo gebeurde het. Jozef vertelde tegen de schenker dat alles goed zou komen, maar de bakker
zou gestraft worden. Jozef vroeg aan de schenker, of hij aan Jozef wilde
denken en zou willen pleiten voor hem, zodat hij ook vrij zou kunnen komen.
Het gebeurde precies zoals Jozef gezegd had : De schenker kwam vrij, maar de bakker werd gestraft. En Jozef wachtte tot de schenker hem zou komen halen, maar er gebeurde niks. De schenker was Jozef vergeten.

En nu was het al weer 3 jaar later. Jozef begreep dat hij nooit meer vrij zou komen. Het was allemaal zo oneerlijk! Maar terwijl Jozef daar zat te piekeren hoorde hij plotseling soldaten aankomen. En het was midden in de nacht. Zouden ze komen om Jozef ook te straffen? De soldaten kwamen in de cel, met fakkels aan. “Kom mee”, zei een van de soldaten. “De farao heeft je nodig”. Snel kwam Jozef overeind. Hij snapte er niks van.
“Eerst moeten we hem opknappen”, zei de andere soldaat. “Hij stinkt”.
Snel liepen de soldaten door het smalle gangetje. Jozef moest bijna rennen om ze bij te houden.

Eerst brengen ze hem naar een kapper, die zijn haren knipt en zijn baard
afscheert. Dat is al heel lang niet gebeurt. Het voelt raar. En daarna krijgt
Jozef nieuwe kleren aan. Hij lijkt wel heel iemand anders. De soldaten rennen alweer verder en Jozef doet zijn best om bij ze te blijven.
Plotseling staan ze voor hele grote deuren van goud. De deuren zwaaien
open en daar in een grote zaal, ziet Jozef de farao zitten, op een gouden
troon. Hij blijft staan, maar wordt naar voren geduwd door de soldaten.
“Buigen”, sist een van de soldaten. En Jozef buigt diep.
Maar de farao ziet dat niet eens. Hij begint meteen te praten.
Hij heeft Jozef laten komen omdat hij heel naar gedroomd heeft en niemand kan het uitleggen. Jozef kijkt eens opzij en ziet allemaal belangrijke mannen staan, met mooie kleren aan. Dat zijn de wijze mannen van de farao. Zij kunnen normaal altijd dromen uitleggen, maar nu is dat ze niet gelukt.

De farao vertelt dat de schenker plotseling weer aan Jozef dacht en zijn
verhaal vertelde tegen de farao. En nu wil de farao dat Jozef zijn droom uitlegt. Jozef zegt dat hij dat eigenlijk niet kan, maar dat God het wel kan.
De farao vertelt zijn droom en het is een heel bijzondere droom. Gelukkig
vertelt God tegen Jozef wat het betekent. God heeft door de droom de farao gewaarschuwd dat er eerst hele goede jaren zullen komen, met veel eten, maar dat er dan een hele erge hongersnood komt. Jozef legt het uit aan de farao en heeft meteen hele goede ideeën om de hongersnood op te lossen. De farao is heel erg onder de indruk van Jozef. Zo’n knappe slimme man kan toch niet terug naar de gevangenis? De farao laat allemaal goud brengen en een hele mooie jas, met allemaal kleuren. Die krijgt Jozef aan. En dan geeft de farao ook nog een mooie ring aan Jozef. En hij geeft iedereen opdracht om te buigen voor Jozef. Want van
nu af aan, zal Jozef onderkoning van Egypte zijn, en de een na belangrijkste
man van de wereld. En zijn naam zal zijn : Safenat Paneach.

En zo gebeurt het. Jozef gaat in een prachtig paleis wonen, met allemaal
knechten die voor hem zorgen. Hij trouwt met de dochter van de farao en is heel belangrijk. En alles gebeurt zoals God heeft laten zien in de droom. Eerst is er heel veel voedsel, maar dan breekt een hongersnood aan. Zo erg dat mensen uit andere landen komen om eten te kopen in Egypte, want daar is genoeg, door de slimme plannen van Jozef.


Op een dag komen er ook mensen uit het vaderland van Jozef om eten te
kopen. Zijn broers ! Ze herkennen Jozef niet, maar uiteindelijk komt alles
goed. De broers van Jozef vertellen dat zijn vader nog leeft. Ze keren terug naar huis, met voedsel en de boodschap dat Jozef de een na belangrijkste man van de wereld is. Jozef stuurt wagens en paarden om zijn vader te halen en samen met zijn broers komt zijn vader ook op bezoek. Als Jozef komt, buigen zijn broers en vader diep voor hem, precies zoals Jozef vroeger gedroomd had. Vanaf dat moment leven zijn vader en broers met hun familie vlak bij Jozef en heeft Jozef, door zijn vertrouwen in God, ze gered van de honger

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *